Uitstapjes met colitis ulcerosa: hoe Frankie de moed niet opgaf

FRANKIE_DRIESLUYTEN-18

Sommige dagen gaat het goed met mij, op andere dagen wat minder. En soms, dat moet ik toegeven, soms gaat het gewoon slecht. Zoals een tijdje geleden, bijvoorbeeld. Ik kreeg opnieuw een opstoot, en dat viel me heel zwaar. Fysiek, maar ook mentaal.

Eigenlijk ging het eindelijk weer wat beter met mij. Langzaamaan klom ik uit het dal waarin ik terechtkwam na mijn allereerste opstoot. Ik plande zorgvuldig mijn eerste restaurantuitjes. En nu durfde ik, heel voorzichtig, te dromen van… uitstapjes.

Het was geen gemakkelijk jaar geweest. Ook niet voor mijn echtgenote: al die maanden was zij mijn verpleegster. Dat ik zo lang niet durfde buiten komen, woog mentaal heel zwaar, ook op haar. We hadden er allebei nood aan.

Schaamte en onzekerheid

Samen maakten we plannen voor de toekomst. Een weekendje zee, mijn jaarlijkse roadtrip met vrienden, een reisje naar het Europese kampioenschap bonsai snoeien samen met mijn schoonbroer. Maar mijn hoofd gonsde zoals nooit tevoren: ik was bang. Ik twijfelde, voelde me onzeker. “Mijn hoofd loopt om”, schrijft Herman Brusselmans. Nu begrijp ik wat hij daarmee bedoelt. Het houdt niet op.

Mijn allereerste uitstap draaide uit op een ramp. Het begon nochtans perfect, want het was een prachtige dag. Echt zo’n dag waarop ik vroeger niet getwijfeld had om mijn motor van stal te halen. Alle ingrediënten waren er om, net als vroeger, te genieten van een motorritje. Op voorhand had ik een route uitgestippeld. Ik zou via Puurs naar de brouwerij van Duvel rijden. Duvel, het drankje waar ik vroeger echt van kon genieten.

“We maakten plannen voor de toekomst. Maar ik was bang, twijfelde, voelde me onzeker”

Helaas. Na amper anderhalf uur voelde ik me zo moe dat ik rechtsomkeer heb moeten maken. Ik kon me niet meer concentreren, en voelde dat het te gevaarlijk werd. Voor mij is motorrijden altijd ontspannend geweest. Nu voelde het eerder als een inspanning.

Maar één keer naar het toilet

Toch gaf ik de moed niet op en waagden mijn vrouw en ik ons een tijdje later aan een nieuwe uitstap: een weekendje zee. We planden het heel goed: een paar dagen eerder zou ik zowel mijn vierde coronavaccin als mijn medicatiekuur krijgen.

De heenrit verliep heel vlot. Eén keer moest ik dringend naar het toilet, en dat nét op het moment dat we een tankstation passeerden! Gelukkig was die nog net open, anders kan je zelfs daar niet meer naar het toilet.

Rampweekend

Jammer genoeg verliep het weekend heel wat minder goed. Ook al had ik nog zo opgelet met wat ik at. ‘s Nachts deed ik geen oog dicht, ik bracht de hele tijd op het toilet door. Vreselijk. Niet alleen fysiek, maar ook mentaal voelde het als een zware opdoffer. Achteraf vertelde mijn dokter dat het wellicht de combinatie zal geweest zijn van de baxter en het coronavaccin dat me de das omdeed. Hoe dan ook: intussen kreeg ik ook wat zwaardere medicatie en een tweetal weken later voelde ik me weer wat beter.

Van opstoot naar remissie?

Ik gaf het dus nog niet op. Integendeel: onze jaarlijkse roadtrip met de motor kwam eraan, en daar keek ik enorm naar uit. Al maakte ik wel wat zorgen: kon ik dat wel aan? Hoe zou ik dat aanpakken? Ik voelde me er veiliger bij om dat toch eerst eens uit te testen tijdens een daguitstap: samen met mijn vrouw trok ik met de motor naar de Westhoek. We brachten onze eigen picknick mee en ik bereidde me voor met medicatie. Het was een zalige dag, en dat gaf me heel wat zelfvertrouwen.

Opnieuw dromen en plannen

En toen was het zover: de langverwachte roadtrip. Het was fantastisch. Al lag ik elke avond al om 9 uur uitgeput in mijn bed en had ik de laatste nacht wél wat last van mijn darmen. Gelukkig heb ik heel goede en begripvolle vrienden, die het niet erg vonden om die laatste dag iets later te vertrekken. En nu… zijn mijn vrouw en ik volop aan het dromen van onze volgende motorreis. Moezel, here we come!