Mijn eerste jaar met de ziekte van Crohn

Iris_3

Ik was 15 toen de eerste symptomen zich begonnen op te dringen. Denk ik toch. Misschien was het zelfs eerder, maar ik had de gewoonte om de signalen van mijn lichaam te negeren. Tot dat niet meer ging.

Vijftien is een rottige leeftijd om geconfronteerd te worden met een chronische ziekte. Je zit in volle puberteit, gaat van de ene naar de andere identiteitscrisis, je wordt voor het eerst verliefd, er is de stress van de juiste richting kiezen en presteren op school… Bij mij kwam daar nog eens een schoolwissel bovenop na een moeilijke studiekeuze. Mijn ouders zagen mijn toenemende buikpijn als stress. En eerlijk: ik geloofde hen. Puberteit, zenuwen, spanning: het plaatje leek te kloppen. “Het zal wel overgaan”, kreeg ik dus van mijn ouders te horen.

Een façade van energie

Maar het ging niet over. De buikpijn werd erger. Stilaan begon het mijn leven over te nemen. Alleen: niemand zag het aan mij. Ik was van nature altijd druk bezig, chaotisch, vol energie. Die façade bleef, ook al voelde ik me fysiek uitgeput. Tot ik op een punt kwam dat ik gewoon niet meer uit bed wilde of raakte door de pijn.

Geen gehoor bij de dokter

Uiteindelijk beseften mijn ouders dat er toch meer aan de hand moest zijn en gingen we naar de huisarts.  Die vond niets alarmerend en dacht opnieuw aan stress. Dus moest ik mijn leven terug opnemen alsof er niets aan de hand was: naar school, op kamp, op vakantie. Terwijl ik fysiek zwaar aan het afzien was. Ik moest steeds vaker naar het toilet, had constant angst om ‘een ongelukje’ te hebben en durfde op de duur gewoon niets meer te doen. Ik smeekte mijn mama zelfs om thuis te mogen blijven van kamp.

Het kantelpunt: bloed in de stoelgang

Na een jaar van helse buikpijn veranderde alles. Plots zat er bloed in mijn stoelgang en werden mijn klachten wél serieus genomen. De huisarts en mijn ouders beseften eindelijk dat dit geen puberale buikpijn was, er moest iets meer aan de hand zijn. Alleen: de eerste onderzoeken leverden niks op. Dus weer naar huis, alsof er niks aan de hand was. Tot ik op de spoed belandde.

Eindelijk een diagnose

Ik vergeet nooit wat de verpleegkundige toen zei. Ze was boos. Niet op mij, maar op de huisarts. Mijn lichaam was compleet op, zei ze. Die opname en vooral de colonoscopie die daarop volgde, betekende de doorbraak: eindelijk werd er iets gezien op de beelden. En eindelijk kreeg ik een naam voor het monster dat al een jaar aan me vrat: de ziekte van Crohn.

Opluchting en erkenning

Voor mijn ouders was de diagnose een mokerslag. Er is niemand in onze familie met Crohn, ze wisten dus niet goed wat het betekende. Ze voelden zich ook enorm schuldig. Dat hele jaar van twijfels, van ‘het zal wel overgaan’, waarom hadden ze mij niet sneller serieus genomen? Ook onze huisarts besefte toen de ernst van mijn situatie, maar ik zat met zo veel vragen: waarom was dit niet eerder ontdekt? We hadden zo veel tijd verspild terwijl ik alsmaar slechter werd.

Gek genoeg voelde ik bij die diagnose vooral opluchting. Eindelijk bewijs dat het niet tussen mijn oren zat. Dat ik niet overdreef. Dat ik écht ziek was.  Ik voelde me gehoord en hoopte dat ik snel weer beter zou worden. 

Veel mensen linken een ziekenhuis aan ziekte, aan een plek die je wil vermijden. Bij mij is het net omgekeerd. Het ziekenhuis voelt voor mij niet aan als een enge plek. Integendeel. Het is een plaats waar ik geholpen word, waar iemand eindelijk zei: “We gaan dit aanpakken.” Waar mijn klachten niet weggewuifd werden, maar ernstig genomen. Laat je dus niet wegsturen. Blijf opkomen voor je lichaam.

Geschreven door The Fat Lady, gebaseerd op een interview met Iris.

Disclaimer: De inhoud van dit artikel is uitsluitend bedoeld voor informatieve en educatieve doeleinden. Het vervangt geen medisch advies of behandeling door een arts. Raadpleeg uw behandelend arts of een lid van uw IBD-team voor vragen en/of specifieke gezondheidsproblemen.

C-ANPROM/BE/IBDD/0418 – Sept 2025